Samen Solidair

woensdag, maart 2nd, 2011 Gezin & Relatie Ik Vriendschap

Els (32) en An (37) Thijs hebben alletwee het borstkankergen van hun moeder geërfd. Zus Kim (34) erfde het gen niet. Twee jaar geleden werden de zusjes Els en An preventief geopereerd: hun borsten geamputeerd, eierstokken weggehaald. Een moeilijke periode, maar ze kregen daarbij één cadeau: elkaar.

Vanaf hun zestiende moesten ze halfjaarlijks op controle. Omdat oma én mama heel vroeg met een agressieve vorm van borstkanker te maken kregen. Hun mama startte een onder- zoek op om de erfelijkheid – en dus ook de kans op borstkanker – bij haar dochters te laten bepalen. Het onderzoek nam zijn tijd, de mama van Els, An en Kim stierf.

Vier jaar na haar dood, twee jaar geleden, werd duidelijk dat twee van de drie zusjes BRCA2 hadden. Tachtig procent kans op een zeer agressieve vorm van borstkanker die hen op jonge leeftijd zou treffen: voor An en Els was het de reden om te gaan voor een amputatie van hun borsten en het weghalen van de eierstokken. Twee jaar later blikken we met hen terug op de operatie en hun leven sinds dan.

An: “We wisten op voorhand dat onze borsten er misschien af zouden moeten. Elk jaar mochten we bellen om te kijken of er al vordering was in het onderzoek.”

Els: “Ik belde, ze vroegen om langs te komen. We maakten er eigenlijk niet zoveel van, er was immers maar vijftig procent kans dat we het gen hadden.”

An: “Eigenlijk dachten we dat het mis zou zijn bij onze andere zus, Kim. Bij
haar was net een knobbeltje gevonden. Vals alarm, bleek achteraf, maar op dat moment waren we zo onder de indruk. We gingen eigenlijk mee om haar te steunen.”

Els: “Ik was er zo zeker van dat ik het niet zou hebben. Ons Kim, daar zaten we mee in.”

An: “En dan hoor je het verdict. Els en ik, allebei meer dan 60 procent kans op een heel agressieve vorm.”

Els: “Ik heb niet gehuild. Het was vooral overdonderend.”

An: “Ik herinner me vooral dat ik het zo erg vond voor papa, die erbij was.”

Els: “Ik wist al wel dat ik zou gaan voor de preventieve behandeling, het weghalen van de eierstokken en de amputatie van mijn borsten.”

An: “Ik heb nog getwijfeld. Het zijn toch je borsten. Ik vroeg of we onze tepels zouden kunnen behouden, maar dat kon niet. Dat is slikken.”

Els: “Onze eierstokken die ook zouden worden weggenomen, nog zo’n domper. Want dan kom je in je menopauze, met alle neveneffecten.”

An: “23 april ben ik geopereerd, als eerste. Vijftien uur aan een stuk. Dat is microchirurgie, hè, alle bloedvaatjes in je borsten worden weer aan elkaar gezet met het weefsel dat ze uit je buik halen. Omdat ik de oudste was – vijfendertig toen – tikte mijn klok het snelste. Oma was vijfendertig toen de ziekte toesloeg, mama was zesendertig. Els was begin mei aan de beurt.”

Els: “Dat was slopend, dat wachten. Ik leefde zo mee met An, was uitgeput tegen de tijd dat ik aan de beurt was. Ze was zo moedig, mijn zus…”

An: “Dat is ook het mooie – al klinkt dat raar – van de voorbije jaren. Oké, we zijn door een heel moeilijke periode gegaan, het was bij momenten écht niet makkelijk. Maar de band tussen ons tweeën, die is ontzettend verdiept, dat is mooi.”

Els: “We schelen vijf jaar, speelden toen we kleiner waren niet zo veel met elkaar. En dan word je samen in zo’n rollercoaster gezet, dat schept zo’n band. We hadden zoveel aan elkaar.”

An: “We waren nooit alleen. Als de ene een dipje had, was de andere er om op te peppen.” Els: “Dat wéten dat je niet alleen bent, daar heb ik zoveel aan gehad. Niemand begrijpt écht wat je doormaakt, behalve An, omdat ze er zelf doorging.”

An: “Bij elkaar konden we alles er zonder scrupules eens uitgooien. Bij anderen bijt je soms toch op je tong. Maar bij elkaar konden we doodeerlijk zijn. Balen, boos zijn, bang zijn.”

Els: “En lachen! ”

An: “Toen we bij de dokter buiten kwamen, en dus net het slechte nieuws hadden gekregen dat we zo’n risico liepen, hebben we ongelofelijk hard de slappe lach gekregen samen. Samen huilen, samen lachen, dat was goed.”

Els: “Intussen zijn we twee jaar verder. Gaat ons leven weer voort.”

An: “De datum staat niet in mijn geheugen gegrift. In de spiegel zie ik het, aan de littekens. We hebben veel moeite gedaan om ze zo mooi mogelijk te laten genezen.”

Els: “Een heel jaar plakkers, twee keer per dag onze borsten gemasseerd.”

An: “Het zijn ook echt onze borsten. Niet zo mooi als de originele exemplaren, maar ze horen wel bij ons.”

Els: “Natuurlijk word je eraan herinnerd, maar we willen er niet té veel bij stilstaan. Het is zo, we moeten erdoor, dat is onze instelling. Ons moeke heeft zoveel meegemaakt, voor haar zijn we zo sterk mogelijk. We hebben ook zoveel steun gekregen, dit heeft ons ook mee gemaakt tot wie we zijn. Het hoort intussen bij ons.”

An: “Je wordt sterker door wat je meemaakt, denk ik. We relativeren meer. Dat deden we sowieso al na de dood van ons moeke, maar nu kunnen we dat nóg beter.”

Je vindt de getuigenis van An en Els in ons Pink Ribbon Magazine. Bekijk ook hun inspirerend en eerlijk verhaal op het Pink Ribbon Magazine TV Channel of in het videoarchief van deze website

Voeg een reactie toe